► Steunende en focaal-inzichtgevende individuele beeldende therapie gericht op het herstel en de versterking van het zelfbeeld bij kinderen

Clarinda van Lunteren (2010)

Zorgprogramma
Kinderen van het (speciaal) basisonderwijs

Prototype werkvorm
Focaal-inzichtgevend

Rationale

Kinderen met een laag zelfbeeld functioneren slechter dan andere kinderen. Soms is er zelfs sprake van stagnatie in de (sociaal-emotionele) ontwikkeling. Dit uit zich in onaangepast of wensvervullend gedrag, zowel actief als internaliserend. Het is noodzakelijk dat het kind een positiever zelfbeeld heeft voor de vorming van de psychosociale identiteit in de puberteit. En die is weer noodzakelijk is voor een goede persoonlijkheidsontwikkeling.

Beeldende activiteiten nodigen het kind uit om lichamelijk in actie te komen. Lichaamservaring heeft een directe verbinding met het zelfbeeld. Het werken met verschillende materialen brengt het kind in contact met zijn (nog onbewuste) gevoel. Die gevoelens worden via analogie zichtbaar in het beeldend werk.

In het werken en/of spelen met materiaal, zijn oorzaak en gevolgrelaties direct zichtbaar. Het kind leert zich bewust te zijn van zijn gedrag, zijn gedachten en zijn eigenheid. De therapeut verwoordt deze relaties, waardoor het kind stapsgewijs grip krijgt op de omgeving. Het kind kan zijn sociale omgeving en zijn eigen rol daarin beter begrijpen.

Het kind in Beeldende Therapie kan binnen een voor hem veilige omgeving exploreren en nieuw gedrag oefenen, zodat het kind adequaat leert om te gaan met zijn sociale omgeving. Het kind zal vaker positieve ervaringen opdoen, waardoor het zelfbeeld wordt versterkt.

Indicaties

  • Kinderen met een laag zelfbeeld, waarbij het laag zelfbeeld de kern is van de problematiek.

 Contra-indicaties

  • Acting-out gedrag binnen de therapie (door verbaal en/of lichamelijk geweld);
  • Hoog angstniveau (zodanig dat het kind geen contact durft aan te gaan en/of geen explorerend gedrag durft te tonen).

 

Doelen

Algemeen:

  • Het kind heeft een positiever zelfbeeld;
  • Het kind heeft een beter inzicht in de eigen rol in zijn sociale omgeving.

Specifiek:

  • Het kind heeft een positiever beeld van zichzelf, doordat het in beeldend materiaal succeservaringen opdoet en kan genieten;
  • Het kind is zich bewust van zichzelf, van zijn gedrag en gedachten, zijn eigenheid en durft te exploreren;
  • Het kind kan (h)erkennen waar het goed en minder goed in is;
  • Het kind leert oorzaak en gevolg-relaties herkennen;
  • Het kind heeft een groter doorzettingsvermogen en een groter probleemoplossend vermogen;
  • Het kind kan adequaat handelen en is weerbaar in zijn sociale omgeving.

Interventies

Rol therapeut

  • De therapeutische houding biedt vertrouwen, empathie, uitnodiging en een voor het kind heldere basisstructuur in de therapie;
  • De rolverdeling wordt directief bepaald door de therapeut. In de beginfase is die vooral afwisselend: leidend en volgend. In een latere fase ook afwachtend en tonend;
  • De therapeut zal zowel verbaal (spiegelen, verwoorden, duiden) als non-verbaal (samenwerkend in het materiaal) interveniëren in het proces, hierbij gericht op het herstel en de versterking van het zelfbeeld;
  • Het proces van de therapie is inzichtelijk voor alle betrokkenen, door verslaglegging, behandelplanning, gesprekken met ouders en derden.

Activiteit

Activiteiten passend bij de steunende werkwijze:
Beginfase van de therapie, maar ook doorlopend:

  •  Succestechnieken (Opdrachten die niet fout kunnen gaan, bijv. abstract werken of een bouwplaat).
  • Speelse, niet resultaatgerichte opdrachten (Bijv. vingerverven of spattechnieken).

Latere fase van de therapie:

  • Moeilijke opdrachten (Bijv. het werken met ingewikkelde constructies of opdrachten waarbij een vaste volgorde van handelen noodzakelijk is).

Activiteiten passend bij focaal-inzichtgevende werkwijze:
Beginfase van de therapie:

  • “Wie ben ik?”-opdrachten (Bijv. het weergeven van jezelf als dier of een ik-doos maken).

Latere fase van de therapie, maar ook doorlopend:

  • Werken met stugge, moeilijk te vormen materialen (Bijv. technieken met hout, metaal of steen).
  • Tonende opdrachten (Bijv. het werkstuk tonen aan de klas of een reactie vragen aan een ander).

De werkwijzen worden door elkaar en tegelijkertijd toegepast.

Materiaal

  • De therapeut biedt een ruime keuze aan materiaal en materiaal-technieken, zowel in het platte vlak als ruimtelijk.

Randvoorwaarden

  • Het kind krijgt een passende vorm van onderwijs;
  • De ouders/verzorgers moeten toestemming verlenen voor de therapie;
  • Medewerking van ouders/verzorgers aan de beeldende therapie verdient hoge prioriteit en voorkeur, omdat anders de eindtermen niet volledig behaald kunnen worden.

Behandelduur en frequentie

Gedurende een periode van 6 maanden tot een jaar (20 tot 40 sessies). Wekelijkse zittingen van 45 minuten.

Eindtermen

  • Het kind heeft een positiever zelfbeeld.
    Dit blijkt uit: zelfvertrouwen (nl. explorerend gedrag, eigenheid en weerbaarheid) en het kunnen aangeven waar het goed en minder goed in is.
  • Het kind heeft een beter inzicht in de eigen rol in zijn sociale omgeving.
    Dit blijkt uit: leeftijdsadequaat handelen in sociaal-emotioneel opzicht, inzicht in oorzaak en gevolgrelaties, een groter doorzettingsvermogen en een groter probleemoplossend vermogen.

Algemene informatie
Dit product is tot stand gekomen in het kader van de Masteropleiding Vaktherapieën. Aan de totstandkoming van dit beeldend therapeutische behandelproduct hebben meegewerkt:
T. van der Baan-Heij, T. Dors,  M. van Engelen, H. Faasse, T. Fissering, T. Foks-Appelman, T. de Haan-Verhoeven, M. Jakobsen, C. Kivits, B. Koens-Post, G. Lambregtse, W. de Leeuw, C. Post-Reiziger, M. van der Schee.