► De toepassing van blues binnen muziektherapeutische groepstherapie voor het verminderen van depressieve klachten bij ouderen.

Marleen Buster, Linda Kienhuis & Ties Wesseling (2014)

Zorgprogramma
Depressie (APA, 2001, p. 210), ouderen (55+)

Prototype werkvorm
Directief klachtgericht (De Jonghe, 1987) en supportief (Smeijsters, 2006)

 

Rationale

Uit onderzoek van het Trimbosinstituut (Graaf, Have & Dorsselaer, 2010) komt naar voren dat 18,4% van de mensen tussen 55 en 65 jaar ooit een depressie heeft gehad. Bij 2-3% van de ouderen (55+) is een depressieve stoornis vastgesteld (Lampe, Kok, van der Mast & Heeren, 2008).

Factoren die de kans op het ontstaan van een depressie bij ouderen vergroten zijn somatische co-morbiditeit, cognitieve symptomen (verandering in functioneren), een kleiner sociaal netwerk en een verblijf in een specifieke voorziening als een verzorgings- of verpleegtehuis. De kans op de diagnose depressie bij ouderen is groter, maar de prognose voor behandeling is niet minder gunstig dan bij een jonger persoon (Huyser et al., 2008).
Uit Noors onderzoek blijkt dat muziektherapie als aanvulling op de standaardbehandelingen effectief is bij de behandeling van depressie (Erkkilä, Pukanen, Fachner & Ala-Ruona, 2011). De muziektherapeutische methodiek ‘Sprekende handen’ (Irik & Maijer- Kruijssen, 2010) beschrijft twee belangrijke functies van muziektherapie voor ouderen: het ophalen van herinneringen (associaties) door middel van zingen of muziek luisteren en het kanaliseren en bergen van emoties. Ook Juslin en Sloboda (2011) beschrijven dat muziek associaties kan oproepen. Volgens Krantz, Jochims en Riemke (in Smeijsters, 2006, p. 176) biedt het zingen van bekende liederen een veilige en laagdrempelige basis en hebben zij vaak een biografische relevantie. Muziek kan associaties oproepen (Juslin & Sloboda, 2011). Deze associaties kunnen met de therapeut besproken worden om emoties en gedachten te delen. Associaties van cliënten kunnen worden weergegeven in zelfgeschreven teksten binnen de blues.

Een van de kenmerken van een depressie is inactiviteit (APA, 2001). Door de structuur van de blues en daarmee de voorspelbaarheid van de muziek kan de drempel worden verlaagd tot deelname aan de sessie. Deze structuur kan bewerkstelligd worden door een vast ritme, een vaste toonsoort en het bluesschema. De hiervoor genoemde elementen zijn tevens bekend als de muziektherapeutische technieken rhythmic grounding en tonal centering (Bruscia, 1987). Vanuit deze structuur kan gebruik worden gemaakt van veranderingen in de muziek.

Er vindt steeds meer onderzoek plaats binnen de neurologie en de muziektherapie. Zo wordt er gesuggereerd dat muziektherapie een effect heeft op het frontale en het limbische systeem van de hersenen (Smeijsters, 2006). In dit limbische systeem bevindt zich de amygdala, het gebied waar gevoelens verwerkt worden. De amygdala heeft meer effect op de prefrontale cortex (het denken) dan andersom (Strien, 2000). Door vanuit het gevoel (via het aanspreken van het limbische systeem) een leermoment te creëren, heeft dit dus meer effect dan enkel het analyseren van gedachtepatronen. Muziek kan de amygdala activeren en triggeren door veranderingen aan te brengen binnen de vaste structuur in muziek. Dit kan door gebruik te maken van zogenaamde ‘grove akoestische interventies’ (Juslin & Sloboda, 2011). Grove akoestische interventies die binnen de blues ingezet kunnen worden zijn grote dynamische verschillen en onverwachte geluiden zoals tremolo’s (trillende toonvorming) en syncopen (accentverschuivingen). Veranderingen binnen muziek kunnen leiden tot een verhoogde staat van arousal (alertheid) waardoor de hersenen een betekenis geven aan muzikale spanning (Juslin & Sloboda, 2011). De verhoging van alertheid is vergelijkbaar met toename van het actief en explorerend handelen, waarbij Wigram en Kurstjens (in Smeijsters, 2006) beschrijft dat dit passiviteit doorbreekt en kan leiden tot plezierige en nieuwe ervaringen die bekrachtigd worden. Thaut (2008) stelt dat veranderingen in ritme een sterke invloed hebben op de temporale (vanuit de hersenen gestuurde) regulatie van beweging. Van Caulil (2005) benoemt naast ritmische veranderingen ook het effect van veranderingen in melodische en harmonische patronen. Deze verandering kan met behulp van het ritmische component, timing en harmonische veranderingen binnen de blues ingezet worden.

Indicaties

  • Ouderen (55+) met een depressie.

 Contra-indicaties

  • De cliënt heeft een acute psychose;
  • De cliënt heeft dermate heftige angstmomenten dat dit niet hanteerbaar is in de therapie;
  • De cliënt reageert met plotselinge, ongecontroleerde agressie-uitbarstingen;
  • De cliënt heeft een dermate grote weerstand ten aanzien van de muziektherapie, dat dit belemmerend is voor het groepsproces.

Doelen

Hoofddoel

  • Er is afname van depressieve klachten ten opzichte van de start van de behandeling.

Subdoelen

  • De cliënt kan contact maken met medecliënten;
  • De cliënt wordt actiever in zijn spel en komt hierbij in beweging;
  • De cliënt herkent zijn emoties en kan deze delen met medecliënten binnen de therapie;
  • Door het opdoen van positieve ervaringen in contact met therapeut en/of medecliënten wordt het sociaal isolement van de cliënt verminderd.

Interventies

Rol therapeut

  • Empathisch-directieve houding (combinatie van structuur en empathie);
  • Client-centered (Rogers geparafraseerd in Rigter, 2008).

Activiteit in fasen

Opening

  • Verwelkomen van de cliënten;
  • Groepsronde waarin de cliënten kunnen aangeven hoe ze zich voelen en of en op welke manier ze hier binnen muziektherapie iets mee willen doen.

Hoofdwerkvorm:

  • De cliënt komt in beweging en in contact met anderen door het gezamenlijk spelen van de blues (bestaande en eigen gemaakte bluesliederen). Improviseren, soleren, variëren in dynamiek en tempo. Toepassen van ‘rythmic-grounding’, ‘tonal centering’, ‘repeating’ (Bruscia, 1987) en veranderingen in muzikale parameters binnen een gestructureerd 12-bars bluesschema (I-IV-V vorm) dat in een strak ritme herhaald wordt. Inzet van blueselementen zoals: shuffle-ritme, dominant septiemakkoorden, walking bass en tremolo;
  • Doorwerken en bespreekbaar maken van opgeroepen emoties, gedachten, eigen ideeën, verhalen of herkenning bij het thema n.a.v. de blues;
  • Herinneringen en associaties worden gestimuleerd door het maken van een eigen blues aan de hand van een thema (songwriting);
  • De cliënt kan zich ontspannen door individueel een lied te kiezen, al dan niet blues (actief of receptief).

Afsluiting:

  • Afsluiten op een positieve of draagbare manier. Veelal wordt hierbij gebruik gemaakt van een lied in majeur.

 Materiaal

  • Begeleidings- en percussie-instrumenten;
  • Flapover/whiteboard (voor schrijven nieuwe blues);
  • Liederenmappen met eigen geschreven en bestaande (blues)liederen.

Randvoorwaarden

  • Muziektherapeut heeft voldoende muzikale en theoretische kennis en vaardigheden om deze doelgroep te kunnen behandelen;
  • De muziektherapieruimte moet qua ruimte, inrichting en toegankelijkheid zowel lopende als rolstoelzittende cliënten kunnen ontvangen.

Subtypen

  • Andere stemmingsstoornissen zoals dysthymie, bipolaire stoornis, milde of ‘minor’ depressie.
  • Dit product is ook inzetbaar voor volwassenen onder de 55 jaar en toepasbaar in individuele muziektherapie.

 Behandelduur en frequentie

De muziektherapie voor de cliënt zal eindigen wanneer zijn/haar behandeling afgerond is en de eindtermen behaald zijn. Een behandeling duurt minimaal zes weken en maximaal een jaar. Iedere sessie duurt tussen 45 en 60 minuten en vindt wekelijks op hetzelfde tijdstip plaats.

Eindtermen

  • De cliënt benoemt dat zijn stemming is verbeterd;
  • De cliënt maakt contact met medecliënten;
  • De cliënt herkent zijn emoties en kan deze uiten;
  • De cliënt heeft een verminderd sociaal isolement;
  • De cliënt is actiever.

Eindtermen worden meetbaar gemaakt door het invullen van observatieformulieren en het bespreken en evalueren van het functioneren van de cliënt in het multidisciplinaire team.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2001). Beknopte handleiding bij de Diagnostische Criteria van de DSM-IV-TR. (p. 210-211). Lisse: Swets & Zeitlinger.
  • Bruscia, K.E. (1987). Improvisational models of Music therapy. Springfield: Charles C. Thomas.
  • Caulil, G. Van (2005). Bionieuws, All my troubles seemed so far away, p11.
  • Erkkilä, J. Pukanen, M., Fachner, J. & Ala-Ruona E. (2011). Individual music therapy for depression: randomised controlled trial. The British Journal of Psychiatry, (199), 92-93.
  • Graaf, R. de, Have, M. ten & Dorsselaer, S. van (2010). NEMESIS 2: De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. Utrecht: Trimbos-instituut.
  • Irik, P. & Maijer-Kruijssen, I. (2010). Sprekende handen. Een methodiek voor ontmoetingsgroepen met dementerende mensen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  • Jonghe, F. de, Rijnierse P. & Jansen, R. (1987). Uitzicht op inzicht. Een psychoanalytisch beschreven spectrum van behandelingsmethoden. Tijdschrift voor psychotherapie, 13(4), 180-190.
  • Juslin, P.N & Sloboda, J.A (2011). Handbook of Music and Emotion. Theory, research, applications. Oxford: Oxford University Press.
  • Laansma, M. & Riemke, C. (2006). Stemmingsstoornissen (pp 165-182). In H. Smeijsters (red.) Handboek Muziektherapie. Evidence based practice voor de behandeling van psychische stoornissen en problemen en beperkingen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  • Lampe, I., Kok, R., Mast, R. van der & Heeren, T. (2008). Depressie bij ouderen. In J. Huyser, A. Schene, B. Sabbe & P. Spinhoven (red.), Handboek Depressieve Stoornissen (pp.259-272). Utrecht: De Tijdstroom.
  • Rigter, J. (2008). Het palet van de psychologie: Stromingen en hun toepassingen in hulpverlening en opvoeding. Bussum: Coutinho.
  • Strien, J. van (2000). De neuropsychologie van emoties. Neuropraxis, 4(5), 94-101.
  • Thaut M.H, (2008). Rhythm, Music, and the brain, scientific foundations and clinical applications. New York: Taylor & Francis.


N.B.
Dit product is een explicitering van de methode ‘De Blues, muziektherapie voor ouderen met een depressie’, in de praktijk ontwikkeld door Esther Kluck-Walpot (muziektherapeut sedert 1994) en sinds 2010 werkzaam met beschreven methode en doelgroep bij Dimence. De auteurs hebben, in opdracht van Kluck-Walpot, zorg gedragen voor beschrijving en theoretische onderbouwing van deze werkwijze, dit op basis van (literatuur)onderzoek, in de vorm van onderhavig product. Het product is geschreven in het kader van hun minor met de specialisatie ‘Vaktherapie in de GGZ’ aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (docent/begeleiding: Sylka Uhlig).