► [M] Grenzen aangeven doe je zo! Een psychomotorische groepsinterventie bij grenzen- en assertiviteitsproblematiek

Klik om deze module te downloaden

                    

A. Inleiding

De psychomotorische therapie heeft zich in de afgelopen jaren breed ontwikkeld, met als gevolg dat op meerdere plekken in het land psychomotorisch therapeuten volgens eigen visie en referentiekader modules ontwikkelen en aanbieden. Gezien de huidige ontwikkelingen in de zorg is er steeds meer behoefte aan eenduidigheid in de behandeling en is ontwikkeling van behandelprotocollen en het doen van onderzoek naar de effectiviteit van behandeling van groot belang. Vanuit die behoefte is er een werkgroep opgericht met als doel het schrijven van een psychomotorische module volgens de normen van de NVPMT, gericht op het behandelen van grenzen en assertiviteitsproblematiek in groepen. De groepsmodule is geïnspireerd op de individuele assertiviteitsmodule van Fellinger, Maliepaard en Tummers (1999), op de groepsmodule ‘Ken je grens’ (Snijders-Otten, 2011), op de groepsmodule
‘Grenzen en assertiviteit’ (Van Egmond, 2011) en op de groepsmodule ‘Assertiviteit kan getraind’ (eerder aangeboden binnen GGZ Friesland, 2009).

Grenzen en assertiviteit
Er zijn binnen de psychomotorische therapie vele trainingen, modules en scripties ontwikkelt gericht op de thema’s grenzen, assertiviteit, weerbaarheid en sociale vaardigheden. Het is lastig helder te krijgen waar deze thema’s elkaar overlappen, dan wel zich onderscheiden van elkaar.
Deze module is gericht op cliënten die onvoldoende in staat zijn om grenzen bij zichzelf te herkennen en deze op een adequate manier aan te geven. Hierbij heeft het begrip grenzen zowel betrekking op de fysieke grenzen, zoals vermoeidheid, pijn en spanning, als op de ervaren grenzen in contact met de ander. In de module wordt aandacht besteed aan het verkennen, herkennen en erkennen van eigen en andermans grenzen en wensen en het opdoen van vaardigheden om eigen grenzen en wensen op een adequate (assertieve) manier aan te geven. Wat betreft de assertiviteit zijn we uitgegaan van de hierop aansluitende definitie: ‘Assertiviteit is het kunnen innemen van ruimte om je eigen grenzen en wensen
op een adequate manier naar voren te brengen, zonder de ander te kwetsen.’ (Peeters & Klumpers, 2005).
Er zijn verschillende gradaties van assertiviteit te onderscheiden, te weten assertiviteit, agressiviteit en subassertiviteit. Agressiviteit en subassertiviteit worden geschaard onder assertiviteitsproblematiek en kunnen negatieve gevolgen hebben voor mensen met psychische klachten (Graaf, ten Have & Dorsselaer, 2010; Nevid et al., 2012). Gevolgen die in de praktijk vaak gezien worden zijn stress gerelateerde lichamelijke klachten, het opkroppen van emoties, last van piekeren en problemen in het contact met anderen, doordat patiënten worden overvraagd en/of zichzelf overvragen,

Psychomotorische therapie
Psychomotorische therapie (PMT) is een ervaringsgerichte therapie, waarin bewegingsgerichte- en lichaamsgerichte activiteiten worden ingezet om een gedragsverandering tot stand te brengen en daarmee psychosociale of psychiatrische problematiek weg te nemen of te verminderen (www.pmtinfosite.nl). Assertiviteitstrainingen richten zich vaak op het verbale en cognitieve terrein. De psychomotorische therapie onderscheidt zich doordat het een ervaringsgerichte therapie is. Binnen de psychomotorische therapie wordt door aangeboden werkvormen gelijktijdig een appèl gedaan op het denken, voelen en handelen. Er vindt reflectie plaats op verschillende niveaus én met betrekking tot verschillende processen; het directe handelen, de beleving, de cognitie die hierover gevormd wordt en het niveau van het sociaal functioneren. (Haeyen, 2007).
In de psychomotorische therapie worden via contextmanipulaties sociale situaties geproblematiseerd.
Dit houdt in dat er binnen de psychomotorische therapie activiteiten aangeboden worden die door de therapeut zodanig aangepast worden dat specifieke gedragingen en belevingen opgeroepen worden. Daarbij gaat het om het inzichtelijk maken van het probleemgedrag van de cliënt zodat deze zich hier bewust van kan worden. Vervolgens kan er dan binnen activiteiten geoefend worden met ander en/ of nieuw gedrag met betrekking tot grenzen en assertiviteit. Dit leidt tot direct nieuwe lichamelijke en bewegingservaringen (Van Hattum & Hutschemaekers, 2000). Daarnaast maakt psychomotorische therapie inzichtelijk dat het lichaam gezien kan worden als bron van informatie, die de cliënt kan gebruiken om situaties hanteerbaar te maken. De cliënt leert zich bewust te worden van lichamelijke gewaarwordingen en leert op welke wijze deze signalen in gedachten of handelen (in dit geval assertief gedrag) kunnen worden vertaald (Hensbroek & Nissen, 2014)). Met lichamelijke gewaarwordingen wordt in deze module bedoeld; alles wat je in je lichaam waarneemt, zoals bijvoorbeeld verhoogde hartslag, ademhaling, spierspanning en onrust. Psychomotorische therapie is daarmee een waardevolle aanvulling binnen de behandeling van grenzen en assertiviteitsproblematiek.